De leerlingen
Leerlingvolgsysteem
De leerontwikkeling van elk kind wordt nauwlettend gevolgd. Dit gebeurt in eerste instantie door de toetsen die bij de methode horen. Daarnaast hanteren we signaleringsinstrumenten die niet methodegebonden zijn.
In alle groepen gebruiken we het CITO-leerlingvolgsysteem. De toetsen hebben betrekking op ordenen, taal, ruimte en tijd, lezen, rekenen, spellen en begrijpend lezen en worden in deze groepen twee of drie keer per jaar afgenomen. Deze signaleringstoetsen zijn landelijk genormeerd, zodat objectiviteit gewaarborgd is.
De toetsen geven inzicht in de wijze waarop de leerling zich ontwikkelt, of hij/zij een achterstand vertoont of juist een (grote) voorsprong heeft.
Zorgleerlingen
Bij de leerlingen die extra zorg nodig hebben, onderscheiden we twee groepen: kinderen met leerachterstanden en leerlingen die meer-, dan wel hoogbegaafd zijn.
De resultaten van OPFO- of Cito-toetsen worden door de leerkrachten van de onder-, midden- of bovenbouw en de interne begeleider van de school besproken. Indien een leerling afwijkt van zijn/haar ontwikkelingslijn wordt het toetsresultaat nader geanalyseerd. Hierbij worden alle gegevens betrokken om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen. Als een achterstand wordt gesignaleerd volgt nadere diagnostisering en gerichte hulp. De ouders worden hierover geïnformeerd. Deze hulp wordt bij voorkeur in de klas gegeven maar kan ook buiten de klas door de remedial teacher worden gegeven. De resultaten kunnen ook boven het gemiddelde zijn. Ook deze kinderen hebben extra zorg nodig, omdat de ontwikkeling van hun werk- en studiehouding, als gevolg van het gemak waarmee ze leren, bij onvoldoende prikkeling achter zou kunnen blijven.
Kinderen met ernstige leerachterstanden
In sommige gevallen komt het voor dat de extra hulp binnen de school niet het beoogde resultaat oplevert en dat de leerachterstanden te groot worden. In dat geval wordt een leerling -in overleg met ouders- aangemeld bij het leerlingzorgteam “het Spectrum”, waarbij we als school zijn aangesloten.
In het leerlingzorgteam wordt besproken of een leerling in aanmerking komt voor verder onderzoek.
De bevindingen uit deze onderzoeken kunnen leiden tot externe hulp en/of een aanvraag voor een leerling-gebonden budget (zgn. “rugzak”).
Mocht een leerling een leerling-gebonden budget toegewezen krijgen, dan wordt er in overleg met de directie, intern begeleider, leerkracht en ouders gekeken of het haalbaar is, dat de leerling op school blijft, of dat verwijzing naar het speciaal onderwijs noodzakelijk is.
Factoren die meespelen bij deze keus zijn onder andere: Het niveau van de leerling, de noodzakelijk geachte zorg en het niveau en de samenstelling van de groep van de leerling.
Meer- en hoogbegaafde leerlingen
Voor kinderen die zeer goede prestaties leveren in de groep, hoog scoren volgens het leerlingvolgsysteem en daarnaast ook nog een grote mate van zelfstandigheid en een gemotiveerde werkhouding hebben, wordt er vanaf groep 5 gewerkt met zgn. plusgroepen. In deze plusgroepen wordt gewerkt met een programma van verbreding en verdieping dat deels binnen en deels buiten de groep wordt afgewerkt onder leiding van een leerkracht.
Voor de leerlingen in de groepen 1 t/m 4 kan worden besloten tot het geven van verrijkingsstof in de klas.
Tussentijdse schoolverlaters
Wanneer een leerling, door bijvoorbeeld verhuizing, tussentijds de school verlaat, wordt er een onderwijskundig rapport opgesteld voor de nieuwe school, zodat voor een zo goed mogelijke aansluiting en overdracht wordt gezorgd. Aan de ouders wordt een kopie verstrekt.
Verwijzing naar het voortgezet onderwijs/resultaten
Jaarlijks wordt er in november een informatieavond gehouden voor de ouders van de leerlingen van groep 8. Op deze avond krijgen de ouders informatie over de keuzemogelijkheden van scholen voor voortgezet onderwijs, de toetsafnames en het tijdpad met betrekking tot informatie en aanmelding.
In november/december wordt de toets van Eduforce afgenomen (Drempeltoets primair/voortgezet onderwijs). Dit onderzoek richt zich op: taal, rekenen en enkele persoonlijkheidsfactoren. De testuitslag wordt door de groepsleerkracht van groep 8 met de ouders in een zgn. 15-minutengesprek besproken.
In februari volgt de Cito-toets. Deze toets richt zich op taal, rekenen en wereldoriëntatie. De resultaten van dit onderzoek worden met de ouders begin maart besproken. In dit gesprek wordt in overleg de definitieve keuze bepaald.
De aanmelding voor het voortgezet onderwijs door de ouders geschiedt vóór 1 april. De leerkracht van groep 8 stelt een onderwijskundig rapport op. Hiervan kunnen de ouders een kopie ontvangen. De ouders en de LSV ontvangen eind april begin mei bericht of het kind is geplaatst.
De schoolkeuzeadviezen worden geëvalueerd door de leerlingen in het voortgezet onderwijs blijvend te volgen. Er is geregeld overleg met de brugklascoördinatoren en tevens ontvangen we de rapportoverzichten van onze oud-leerlingen.